Vrouwen in het (Rijks)museum

Keynote van Hélène Delalex
Op een zonnige dinsdag in de week van Internationale Vrouwendag begaven zo’n tweehonderd vrouwen en een handjevol mannen zich naar het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar vond het jaarlijkse symposium Women in the museum plaats. Ik mocht namens het KNHG aanwezig zijn bij deze inspirerende en hoopgevende dag. De rode draad tijdens deze dag was de historische (on)zichtbaarheid van vrouwen in het museum, waarbij het nadrukkelijk ging over wat we nu kunnen of zelfs moeten doen om die onzichtbaarheid op te heffen.
Zichtbaarheid in het museum
Jenny Reynaerts, projectleider van Women in the Rijksmuseum, benadrukte het belang van een betere genderbalans in museumcollecties. Zij nam ons mee in de vragen die leidend zijn in haar project: Hoe krijgen we meer vrouwen in de kunsthistorische canon? Voegen we daarvoor door vrouwen gemaakte objecten toe, of herschrijven we de informatie over al bestaande objecten? Het Rijksmuseumproject doet beide, zo bleek al snel. Het museum vergroot letterlijk de zichtbaarheid van vrouwelijke kunstenaars door hun kunstwerken een plek op zaal te geven. Het project was bijvoorbeeld aanleiding om een schilderij van Maria van Oosterwijck in de Eregalerij te hangen. De impliciete boodschap is dat deze kunstschilder nu prominent deel uitmaakt van de historische canon. Tegelijkertijd stelt het projectteam andere vragen, zoals: ‘wat maakt een voorwerp kunst?’, ‘wat is kwaliteit?’, ‘hoe kunnen we meer vrouwen toevoegen aan de canon?’ en zelfs ‘is een canon nog wel nodig?’. Daarbij is er steeds meer aandacht voor vrouwelijke opdrachtgevers en bezitters van kunst en gebruiksvoorwerpen. Dit alles leidt tot andere keuzes voor objecten en andere teksten op zaal, wat weer bijdraagt aan het opheffen van de onzichtbaarheid en aan de groeiende waardering van vrouwen en hun werk.
‘Marie Antoinette stijl’
Hélène Delalex, conservator van Château de Versailles, was de keynote-spreker op deze dag. Zij betoogde dat vrouwen, die in hun eigen tijd zichtbaar waren, uit de collectieve herinnering kunnen vallen als gevolg van historische gebeurtenissen. Ze illustreerde dit met het voorbeeld van Marie Antoinette. Toen zij in de tweede helft van de achttiende eeuw als jonge koningin het Franse Hof betrad, startte ze allerlei grootschalige projecten op het gebied van decoratie en architectuur. Daarbij was deze koningin meer dan slechts een opdrachtgever. Marie Antoinette was nauw betrokken bij alle fases van het ontwerp- en bouwproces en drukte zo een groot stempel op de inrichting van het grote paleis in Versailles. Tegelijkertijd liet ze het kleine paleis, het Petit Trianon, afbreken en naar eigen smaak en voor eigen gebruik opnieuw bouwen. Tevens was ze een begenadigd meubelontwerper, van wie vandaag de dag af en toe nog stukken opduiken. Door de Franse Revolutie is echter een ander beeld van haar ontstaan, namelijk dat van de spilzuchtige en wereldvreemde koningin, en is veel van haar bezit verloren gegaan. Delalex vroeg zich af of het geen tijd is voor de herwaardering van Marie Antoinette en de stijl, die nu nog vernoemd is naar de toenmalige koning Louis XVI. Zij pleitte er zelfs voor om die stijl om te dopen tot de ‘Marie Antoinette stijl’.
Publieksparticipatie
De zichtbaarheid van vrouwen in musea kan tevens worden vergroot door de manier waarop tentoonstellingen worden samengesteld en de afwegingen die daarbij worden gemaakt. Imara Limon van het Amsterdam Museum vertelde over de tentoonstelling ‘Vrouwen van Amsterdam – een ode’. Alia Swastika, van de Yogyakarta Biennale Foundation, presenteerde haar projecten uit Indonesië. Beiden maken gebruik van oral history en publieksparticipatie. Daardoor wordt de zichtbaarheid van historische vrouwen niet alleen groter, ze geven ook hedendaagse vrouwen letterlijk een stem in kunst en musea. Daarmee doorbreken ze allebei de (historische) vrouwelijke onzichtbaarheid.
Het object centraal
Aan het eind van de dag reflecteerde kunsthistorica Rachel Esner, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, op het symposium. Zij benadrukte de ommezwaai die gaande is in musea, waar objecten en hun sociale functie centraal komen te staan en niet meer alleen de maker. Hierbij verandert ook de functie van musea: van een gatekeeper, die bepaalt wat wel en niet belangrijk is, naar een meer inclusief en democratischer instituut.
Ik vond het een inspirerende en hoopvolle dag, omdat ik een kijkje achter de schermen kreeg bij musea en hun inzet voor gelijkwaardigheid en emancipatie. Volgend jaar hoop ik weer bij het Women in the museum-symposium aanwezig te zijn, maar eigenlijk hoop ik vooral dat een dergelijk symposium binnenkort niet meer nodig is en we het idee van en de verschillen tussen binaire genders achter ons kunnen laten.
Tip: Vanaf 20 september is een tentoonstelling met de titel Marie Antoinette Style in het V&A in Londen te zien.